De woonretail verliest winkels
 
Peter Nieland, Locatus
Het aantal verkooppunten in de Nederlandse detailhandel is de afgelopen zes jaar gedaald van bijna 103.000 in 2012 naar net iets meer dan 96.000 begin dit jaar. De beschikbare winkelvloeroppervlakte is eveneens afgenomen; van 27.813.000 vierkante meter naar 27.643.000. Dat blijkt uit Retail Facts, het jaarlijkse onderzoek waarin Locatus winkelinformatie analyseert.
 
Gekoppeld aan de daling van het aantal verkooppunten ziet Locatus ook een stijging van de leegstand van winkelpanden. Stond in 2012 gemiddeld 6,3 procent van het totaal beschikbare winkelvloeroppervlakte (wvo) in Nederland leeg, in 2017 is dat 7,2 procent. Daarbij moet worden opgemerkt dat er sinds 2015 -toen het percentage met 7,5 op een hoogtepunt lag- weer een daling van de leegstand is ingezet. Volgens de analisten van Locatus is dit laatste deels te verklaren door herbestemming van de winkelpanden, bijvoorbeeld voor woningbouw. Ook zien veel horecaondernemers kansen om in voormalige winkelpanden een horecazaak te starten. Deze ondernemers hebben vooral interesse in verkooppunten in binnensteden en winkelstraten.

Oorzaken terugloop
Directeur Peter Nieland van Locatus: “De teruggang in winkels zal niet snel stoppen. Het is een trend die we al een aantal jaren zien: winkels die hun deuren sluiten en horeca en dienstverlening die deze plekken innemen. In 2010 hebben de lijnen elkaar gekruist en sindsdien hebben we meer horeca en dienstverlening dan detailhandel in de ruim 220.000 adressen die ons land rijk is. De verwachting is dat die twee lijnen de komende jaren nog verder uit elkaar groeien. Door sommigen wordt horeca dan ook wel de nieuwe retail genoemd.”
Als er gevraagd wordt naar de oorzaken van de terugloop, wordt vrijwel altijd ‘internet’ als eerste geroepen. “Maar dat is volgens ons absoluut niet de voornaamste oorzaak. De crisis is dat wel. Die heeft de afgelopen jaren een zware wissel getrokken. Vervolgens komt de vergrijzing die -met name in specifieke gebieden- voor problemen zorgt. En dan komt internet, waarbij het wel sterk afhankelijk is in welke branche je als detaillist actief bent. Zo is de impact van internet voor de woonretail in onze ogen vrij beperkt. Die heeft vooral last gehad van de crisis.”

Regionale verschillen
De leegstand laat per provincie behoorlijke verschillen zien. Van alle verkooppunten in Limburg staat in 2017 10,6 procent leeg. In Noord-Holland ligt dit aandeel met 4,6 procent aanzienlijk lager. Ten opzichte van 2012 zijn de onderlinge verhoudingen tussen de provincies overigens niet noemenswaardig gewijzigd: ook in 2012 telde Limburg met 9,6 procent van alle verkooppunten de hoogste leegstand en was Noord-Holland met 4,1 procent de provincie met de laagste score.

Winkelgebieden
De afgelopen zes jaar is vooral het aantal verkooppunten in ‘centrale winkelgebieden’ teruggelopen. Hierbinnen wordt een onderverdeling gemaakt in onder meer ‘binnenstad’, ‘hoofdwinkelgebied groot’, ‘hoofdwinkelgebied klein’, ‘kernverzorgend centrum groot’ en ‘kerncentrum verzorgend klein’. In deze winkelgebieden is het aantal verkooppunten teruggelopen met bijna 5.000 winkels (van 55.284 in 2012 naar 50.832 in 2017). Vooral in ‘binnensteden’ en de ‘hoofdwinkelgebieden groot’ was de terugloop aanzienlijk. Ook in de overige winkelgebieden die Locatus onderscheidt (‘ondersteunende winkelgebieden’ en ‘verspreide bewinkeling’, red.) is het aantal winkels teruggelopen. Alleen in de ‘overige winkelgebieden’ is een groei te zien. Kenden deze gebieden in 2012 nog 3.390 verkooppunten, in 2017 zijn dat er 3.641.

In en om het huis
Als gekeken wordt naar een verdeling in verschillende ‘winkelgroepen’ binnen de detailhandel, maakt Locatus de volgende onderverdeling: ‘levensmiddelen’, ‘persoonlijke verzorging’, ‘warenhuis’, ‘mode/luxe’, ‘vrijetijd’, ‘in en om het huis’ en ‘overige detailhandel’. De woonretail valt voor het overgrote deel in de groep ‘in en om het huis’. Deze groep is, na ‘mode/luxe’ de grootste groep als het gaat om het aantal verkooppunten. Gemiddeld 27 of 28 procent van alle winkels viel de laatste zes jaren in deze groep, tegenover 30 of 31 procent ‘mode/luxe’.
Het zal niet verbazen dat de groep ‘in en om het huis’ -als gekeken wordt naar het aantal vierkante meters winkelvloeroppervlakte- veruit de grootste is. In 2017 wordt 47 procent van alle beschikbare winkelvloerruimte in Nederland ingenomen door detaillisten in deze categorie. ‘Mode/luxe’ verdeelt het hogere aantal verkooppunten over een veel kleiner oppervlak per winkel, want deze groep bezet 19 procent van de beschikbare winkelruimte.
Het veelal grootschalige karakter van ‘woonwinkels’ is zeker debet aan deze verhoudingen. Van keuken- en badkamerspecialisten tot doe-het-zelfondernemers en zonweringspeciaalzaken: zij hebben veel ruimte nodig om hun koopwaar optimaal aan de consument te presenteren. Meubelboulevards en bouwmarkten zorgen met hun omvang bovendien voor een belangrijk aandeel voor de woonretail in het Nederlandse detailhandel-landschap, vooral als het gaat om winkelvloeroppervlakte.

Woonretail
Locatus heeft de gegevens vervolgens gespecificeerd per hoofdcategorie en zo kan de groep ‘in en om het huis’ verder uitgediept worden in grofweg de volgende categorieën: ‘huishoudelijke en luxe artikelen’, ‘plant en dier’, ‘bruin- en witgoed’, ‘doe-het-zelf’ en ‘wonen’. Binnen al deze vijf categorieën is tussen 2012 en 2017 een daling van het aantal verkooppunten te zien. Zo daalde het aantal doe-het-zelfzaken van 3.503 in 2012 naar 3.052 dit jaar.
In de categorie ‘plant en dier’ staat de teller anno 2017 op 5.991 winkels tegenover 6.652 in 2012. Ook het aantal bruin- en witgoedwinkels daalde van 4.336 naar 3.729. In absolute getallen gemeten is de teruggang het sterkst in de categorie ‘wonen’, waar dit jaar 1.274 verkooppunten minder zijn dan de 10.651 in 2012.
Een vergelijkbare teruggang in winkeloppervlakte is echter niet te zien in deze categorieën, zeker niet als gekeken wordt naar de vierkante meters winkelvloeroppervlakte per 1.000 inwoners. Alleen voor de winkels in de categorie ‘wonen’ geldt dat dit aantal is teruggelopen van 407 naar 370 vierkante meter. Bij de overige categorieën is het verschil met enkele vierkante meters te verwaarlozen.

Huizenmarkt booming
Peter Nieland van Locatus: “Nu de huizenmarkt weer booming is, biedt dat voor de woonretail volop kansen. We hebben in het verleden gezien dat mensen flink kunnen en willen investeren op het moment dat ze gaan verhuizen. Met de aantrekkende economie, een groter consumentenvertrouwen en de groeiende huizenmarkt biedt dat goede perspectieven voor de detaillisten in deze branche. Online speelt daarin overigens wel een essentiële rol, niet als bedreiging maar als kans. Je moet als retailer online aanwezig zijn, daar gaat de consument naartoe voor de oriëntatie. Maar voor de specifieke vragen en de eventuele aanschaf komen ze toch bij je in de winkel. Ze willen zien en voelen wat ze kopen. Wat dat betreft ziet de toekomst voor de woonretail er dus zeker kansrijk uit. Uit onze Retail Risk Index, waarmee we de overlevingskansen van winkels in kaart brengen, blijkt dat het risicoprofiel van winkelpanden het afgelopen jaar is verbeterd. Had in 2016 28 procent van alle panden een gezond risicoprofiel, in 2017 ligt dat aandeel op 32 procent. Waarbij we de grootste stijging zien bij meubelboulevards en binnenstedelijke winkelstraten.”

Formules
Locatus onderzoekt tevens de mate waarin de verkooppunten binnen de verschillende categorieën zijn aangesloten bij een (franchise)formule of dat ze zelfstandig opereren. Voor de vijf categorieën die hierboven vergeleken zijn, geldt dat er de afgelopen vijf jaar geen grote verschuivingen hebben plaatsgevonden, op ‘bruin- en witgoed’ na. In die categorie was in 2012 36 procent van alle verkooppunten in handen van ondernemers die aangesloten waren bij een formule, anno 2017 ligt dat percentage op 48 procent. Met name in deze categorie hebben de formules aan populariteit gewonnen en marktaandeel van zelfstandigen afgesnoept.
Voor de overige categorieën geldt dat de filialiseringsgraad redelijk stabiel is, waarbij veel verkooppunten binnen ‘plant en dier’, ‘wonen’ en ‘doe-het-zelf’ in handen zijn van zelfstandigen. Zo is in 2017 15 procent van het aantal winkels in de categorie ‘plant en dier’ aangesloten bij een formule, 85 procent van de ondernemers doet zaken als zelfstandige.

‘Kleine zelfstandigen’
Als de filialiseringsgraad vervolgens wordt afgemeten aan de beschikbare winkelvloeroppervlakte zien we in deze categorieën een heel ander beeld. Want geldt voor alle groepen dat het merendeel van de verkooppunten in handen is van ondernemers die niet zijn aangesloten bij een formule, in sommige categorieën is het overgrote deel van de beschikbare winkelvloeroppervlakte gebruikt door ondernemers die dat wel zijn.
Het zal niet verbazen dat vooral in de ‘doe-het-zelf’ deze verhouding scheef loopt. Is anno 2017 ‘slechts’ 39 procent van de verkooppunten aangesloten bij een formule, deze winkels ‘bezetten’ wel 82 procent van de beschikbare vierkante meters winkelvloeroppervlakte. Ook binnen ‘plant en dier’ is het verschil groot en mogen de zelfstandige ondernemers -afgemeten naar de omvang- met recht ‘kleine zelfstandigen’ genoemd worden. Daar heeft 15 procent van de winkels, aangesloten bij een formule, 44 procent van de vierkante meters in gebruik. En binnen ‘huishoudelijke en luxe artikelen’ moet 52 procent van de winkeliers het doen met 19 procent van de beschikbare ruimte.
 
 
Delen
 
WTM• Woon Trend Magazine | 2017 - augustus |
 
Relevante publicaties
Vertaal via Google
Uw mening
U heeft al eerder aan de huidige stemming(en) deelgenomen.
 
Klik hieronder om de resultaten van de laatst gehouden stemmingen te bekijken